Hoe werk ik met kleurpotloden?

Onze eerste kennismaking met kleurpotloden stamt meestal uit onze lagere school tijd.  De kleurafgifte van deze potloden liet meestal nogal te wensen over, waardoor veel mensen niet zo snel aan  het kleurpotlood denken als kunstenaarsmedium.  De kleurpotloden zijn echter de laatste decennia steeds meer verbeterd en door goede pigmentafgifte is het nu mogelijk om op een hoogwaardig niveau kunst te scheppen met het kleurpotlood. Vooral Engeland en de VS lopen hierin voorop.  Denk bijvoorbeeld aan Alyona Nickelsen en CJ hendry (verfklodder).  Ook Nederland heeft enkele toonaangevende kleurpotlood-kunstenaars.

Gelukkig is er  mede door de opkomst van diverse kleurboeken een herwaardering voor het kleurpotlood  ontstaan. De combinatie van deze twee gegevens- het maken van een schilderachtig werk met kleurpotlood en de herwaardering van kleurpotlood en kleurboek is de inspiratie geweest voor de kleurboeken ‘Kleuren als een schilder’.  De basis van de meeste schilderijen, of ze nu in verf of in kleurpotlood worden uitgevoerd, is een lijntekening. Soms is deze heel precies uitgevoerd, soms schetsmatig. Die basis biedt dit kleurboek u, de uitvoering is aan u.

Het Kleurpotlood 

Waaruit bestaat een kleurpotlood?

Kleurpotloden zijn te verdelen in drie soorten: olie/ was, aquarel en pastelkleurpotloden. De pastelpotloden worden  beschreven in Materiaalgebruik Pastelkrijt. Omdat het papier van dit kleurboek het werken met aquarelpotloden niet ondersteunt, wordt de beschrijving hiervan buiten beschouwing gelaten.

Deze materiaalbeschrijving gaat vooral over olie/ was potloden.

Een kleurpotlood bestaat uit een kern van pigmenten vermengd met een bindmiddel, daarbij nog een vulmiddel zoals klei of kalk en voor de hechting en vervloeiing wassen of oliën. Door de toevoeging van olie of was is de kleur permanent en alleen oplosbaar met terpentine of een ander oplosmiddel. De kern is meestal omhuld door hout, er bestaan ook potloden zonder hout.

 Er zijn veel kleurpotloden te koop en ook veel verschillende kwaliteiten.  zie blogbericht: Hoe bepaal ik de kwaliteit van een kleurpotlood?

 

De Werkwijze

  •   potloodstreek
  •   lagen opbouwen
  •   kleuren mengen op zicht
  •   kleuren mengen fysiek
  •   burnishen

De potloodstreek

 De streek van een  kleurpotlood verschilt niet zo heel veel van die van een  grafiet potlood. Grafiet potloden (onze bekende grijze potloden) verschillen ook in hardheid, waarbij H hard is en B de zachte varianten vertegenwoordigt. B-potloden geven méér grafiet af en een donkerdere streep. Zachte kleurpotloden geven méér kleur af dan harde kleurpotloden.

Wat heel belangrijk is bij beide: ga niet vanaf het begin krassen en hard op het potlood duwend iets dicht kleuren! Begin rustig aan! Met kleurpotloden werken is ZEN. Met kleurpotloden werken betekent laag na laag na laag opbouwen. Dat is het heerlijke van kleurpotlood: het geeft ontspanning en rust om geconcentreerd bezig te zijn met het maken van een kleur, het bedekken van het papier met steeds meer lagen. Het is een kleuren rijkdom die steeds meer ontstaat.

Er zijn twee manieren van kleuren, die beide en ook door elkaar heen gebruikt kunnen worden:

-Met rechte lijnen dicht of minder dicht naast elkaar: arceren

– met allemaal kleine cirkeltjes waarbij de potloodpunt niet van het papier hoeft te komen.

Het donkerder en intenser maken van een kleur doet u in beide gevallen door laag over laag te werken met weinig druk.  Als u de kleur nóg dichter en voller wilt maken kunt u daarna nog met een blender werken ( zie kleuren mengen fysiek).

kleuren mengen op zicht

U kunt ook lagen opbouwen van verschillende kleuren, bijvoorbeeld voor de kleur groen begint u met een gele laag en dan een blauwe, weer een gele nog eens een blauwe en afhankelijk van hoe geelgroen of blauwgroen uw kleur moet worden eindigt u  met één van beide rijkelijk als bovenste laag. Dit is hetzelfde principe als het glaceren wat olieverfschilders doen.

 uw oog kijkt door al deze lagen heen en ontvangt al die lichtfrequenties van de  gele en blauwe pigmenten door elkaar heen en uw hersens maken daar groen van.  Als we de kleurencirkel er even bij pakken: de bauw-groen is gemengd op deze manier evenals de violet. Dit wordt kleuren mengen op zicht genoemd.

 

fysiek kleuren mengen

Stel u nu voor dat u de pigmenten écht door elkaar wilt mengen, dit noemt men fysiek kleuren mengen. Het wit van het papier zal dan verdwijnen en ook de potloodstreek is niet meer zichtbaar. Fysiek kleuren mengen geeft het uiterlijk van een laagje verf of inkt. Dit kan op twee manieren, welke ook in combinatie kunnen worden toegepast. Wil je fysiek kleuren mengen dan heb je logischerwijs wel al behoorlijk wat pigment nodig op het papier, wat wil zeggen dat er al meerdere kleurlagen zijn aangebracht. De eerste methode is de ‘droge’ methode: met een kleurloos potlood , de blender (bestaande uit was, bindmiddel,  vulmiddel maar dus geen pigment) verspreid je als het ware de pigmenten egaler over het oppervlak. De potloodstreek wordt minder duidelijk. Doordat er extra was wordt toegevoegd, gaat de laag wel eerder glimmen en het papier raakt meer verzadigd.

De tweede is de  ‘natte ’methode : heel plastisch voorgesteld: de pigmenten worden met behulp van een oplosmiddel  ( bijvoorbeeld terpentine voor olieverf of OMS van Gamsol of van Zest-it oplosmiddel) door elkaar heen geroerd en de pigmenten dringen diep door in het papier.  U zult door ervaring ontdekken dat er maar héél weinig oplosmiddel nodig is. Het resultaat is een egale kleurlaag, niet glimmend, waarop weer verder gewerkt kan worden. Wel zult u enige wachttijd in acht moeten nemen, want als u te snel weer met uw kleurpotlood op een laag oplosmiddel werkt, dan zal ook de punt van uw  potlood erg zacht worden. Beide methoden kunnen ook gecombineerd worden om tot de volle kracht van een kleur te komen.

burnishen

 Een technische term, die moeilijker klinkt als dat het is.

Bij de beschrijving van de blender kon u lezen dat dit een kleurloos potlood is wat de pigmenten mengt en een egaler kleurvlak geeft. Als u niet een kleurloos potlood , maar bijvoorbeeld een wit of een beige of een lichtgrijs potlood neemt dan kunt u hetzelfde bereiken met dát verschil dat de kleur ook enigszins van tint verandert. In dit geval zal de kleur lichter worden. Dit heet dan  burnishen met wit/ grijs/ beige.

Als u kleurenvlakken zacht in elkaar  wilt laten overlopen, kunt u dat heel goed doen met de kleurloze blender of u kunt het doen met een gekleurd  potlood:  burnishen.

 

Ook hier geldt: veel oefening baart kunst!!wink Net als bij het aanleren van welke techniek dan ook, zult u ook bij het werken met kleurpotlood uzelf gaan ontwikkelen en tot steeds mooiere resultaten komen..                            SUCCES!